↑ Terug naar Plaskerk

Fresco’s

De Fresco’s

Bij het bestuderen van de gewelfschilderingen zal het opvallen, dat sommige lijnen en afbeeldingen over elkaar lopen en over elkaar liggen. Hieruit is af te leiden, dat er in verschillende perioden schilderingen zijn aangebracht.
Deze perioden zijn slechts met grote moeite van elkaar te onderscheiden.
Als men tot een periodisering komt, dateert uit de oudste periode de rode kruinlijn over de gewelfvlakken met in het midden van de lijn een rode cirkel met daarin een rode punt.
De tweede periode geeft langs de ribben een grof zwart schabloon te zien van ongeveer 62 cm. lengte en 13 cm. hoogte met gestyleerde schabloonbloemen in afwisselend rood en zwart.
Over een witte sauslaag volgt een derde periode met een variatie op het schabloon, terwijl het “vulschabloon” zelf, veel fijner is dan dat der tweede periode.
Op de schabloonrechthoeken steunen fors bewegende goed gevormde bladeren, die ontspringen vanuit het midden der sluitstenen.
Tevens horen bij deze periode enkele figuren, de evangelisten en de engelen.
Tegen de triomfboog (welfboog tussen het schip en het priesterkoor in een kerk) zitten resten van latere schildering.
Nu alle perioden naast elkaar gehandhaafd zijn, wordt de uiteindelijke indruk gevormd uit gele ribben, schabloonfiguren met hieraan gekoppeld de grote geel groene bloemen. Af en toe zal men de rode kruinlijn zien uit de eerste periode, gecombineerd met figuren uit de derde periode en symbolen uit de eerste periode.

De sluitstenen.
Deze stenen worden ook wel gewelfschotels genoemd. We zien er drie in totaal. Deze sluitstenen of gewelfschotels spreken een taal die niet bij alle drie duidelijk verstaanbaar is.

A: We nemen als eerste, de sluitsteen van de koorveelhoek, dat is de hoek achter in het koor, waar een groot aantal bogen van het kerkgewelf samenkomen. Op deze sluitsteen is duidelijk de gekruisigde Christus uitgebeeld, daar het Hoofd is aangebracht op een Grieks kruis (kruis met even lange armen).

 

 

 

 

 

 B: Wat de middelste sluitsteen moet uitbeelden, is niet helemaal duidelijk.
Te herkennen zijn het pauselijk kruis (kruis met 3 dwarsarmen) en de tiara (kroon), maar het attribuut dat in de hand wordt gehouden is niet duidelijk herkenbaar.
Toch doet dit voorwerp sterk denken aan een hoorn.
Uitgaande van een hoorn en mede in aanmerking genomen, dat de parochie Raalte een plattelands parochie was, mag met vrij grote zekerheid worden aangenomen, dat deze sluitsteen de Heilige Cornelius uitbeeldt.
Cornelius was paus van 251 tot 253 en stond als een zachte verzoeningsgezinde natuur in moeilijke tijden aan het hoofd van de kerk.
Onder Callus werd hij verbannen.
Hij overleed in zijn verbanningsoord Centumcellae en werd begraven in de catacombe van Callixtus.
Hij wordt vereerd als patroon van het vee en daarom afgebeeld als paus met een hoorn in de hand.

 

C: De laatste sluitsteen geeft hoegenaamd geen herkenning.
Kenners houden het er op, dat dit een uitbeelding moet zijn van St. Antonius abt.
Antonius abt wordt ook wel Antonius de Kluizenaar of Antonius de Grote genoemd.
Geboren omstreeks 251 te Koma in Egypte, leidde hij vanaf zijn twintigste jaar een kluizenaarsleven vol ontbering.
Eerst woonde hij 35 jaar lang in een uit de rotsen gehouwen grafspelonk in de nabijheid van zijn vaderstad, daarna nog 20 jaar op een berg aan gene zijde van de Nijl.
Vervolgens trok hij zich terug in een oase in de woestijn, waar hij een groot aantal kluizenaars tot een soort kloosterlijke gemeenschap bijeenbracht.
In de afzondering had hij hevig te strijden tegen de bekoringen, waarbij de duivelen hem in de gedaante van allerlei fantastische dieren te lijf gingen met knuppels en met roeden en hem soms halfdood lieten liggen.
Hij stierf in 356, 105 jaar oud.

 

Schilderingen tegen de triomfboog aan de zijde van het schip van de kerk.

B: Hier zien we naast het fragment van wat vermoedelijk eens een bloem heeft uitgebeeld, een boek.

Het boek is het symbool van een apostel, een evangelist of een kerkvader en vermoedelijk is het boek het overgebleven deel van de uitbeelding van een zodanige hoogwaardigheidsbekleder.

 

 

 

 

 

C: Hier zien we fragmenten van schilderingen tegen de triomfboog, een staand kruis en een stuk wapenschild.
De oorspronkelijke uitbeelding is niet meer na te gaan.
Het overgeblevene is te weinig om daaruit met enig recht te kunnen afleiden wat hier eens heeft gestaan.

 

 

 

 

Op de oostelijke muur van het koor, zien we aan beide zijden van het raam een tekst.

 

A:De tekst aan de linkerzijde, is een gedeelte uit psalm 127 en volgens datering aangebracht op 4 december 1975.

 

 

 

 

 

 

B:De tekst aan de rechterzijde verleden aangebracht; zij is in het Latijn gesteld en bestaat nog slechts enkele leesbare woorden.

De tekst is teveel verminkt om daaruit tekst “te voorschijn te halen”. Wel geeft het fragment nog aan, dat de tekst is genomen uit 1 Timotheus.

 

 

 

 

Gewelfsschilderingen.

Fresco mini 042

 De Paradijsvogels

Deze “neerstrijkende vogel” is gezien haar schoonheid (dubbele staartpennen en een drie-veren-kroon op de kop) naar alle waarschijnlijkheid de “paradijsvogel”. En alhoewel de paradijsvogel een bestaande vogel is, met levendige schitterende kleuren, die inzonderheid leeft op enkele eilanden van de Indische Archipel, heeft de schilder hier vermoedelijk een fabeldier geschilderd, dat hij gebruikte als symbool van Christus, de Heilige Geest en de contemplatieve (dat is: beschouwende) ziel.
Na het eind van 12e eeuwen na de reis van Marco Polo in Azie ontstonden in Europa vele legenden over de paradijsvogel.
Een fabeldier is een dier dat in werkelijkheid niet bestaat of niet bestaat in de uitgebeelde vorm maar is ontsproten aan de fantasie van de schilder die daarmede een bepaalde situatie wilde uitbeelden.

 

 

Engelenfiguurtje

Het geschilderde figuurtje doet bij oppervlakkige beschouwing denken aan een kinderhoofdje met hoedje.
Het gezichtje drukt een kinderlijke tederheid uit.
Wanneer de fresco evenwel aan een nauwkeurig onderzoek wordt onderworpen, zien we boven de roodbruine cirkel met stip, een opgeheven rechterhand.
In de palm van deze hand is een donker streepje zichtbaar, wat zou kunnen duiden op het stigma (kruis wondteken).
Het zogenaamde “hoedje” is zeer waarschijnlijk het nimbus, de stralenkrans die het Christushoofd omgeeft.
Het is het teken dat de drager daarvan tot een hogere orde behoort.
Van deze fresco mag met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden gezegd, dat ze de gekruisigde Christus uitbeeldt die zijn hand zegenend opheft.

 

 Vogelafbeelding.

Wat de schilder met deze vogel heeft willen uitbeelden, is niet duidelijk.

Is de geschilderde vogel een reiger, is het een kraanvogel of is het een wat mislukte versie Van een pelikaan, we weten het niet.

Het kan ook zijn, dat de schilder niets anders heeft uitgebeeld,dan wat zijn inventieve geest hem op dat moment ingaf om te schilderen, en dat aan de vogel geen symbolische waarde moet worden toegekend.
Misschien ook is het een fabeldier.
Vast staat evenwel, dat het ontroert door zijn primitieve schoonheid en een grote eenvoud uitstraalt, eigen aan de middeleeuwen.

 

 Figuur van de duivel.

Deze figuur is samengesteld uit “onderdelen” van andere vogels en dieren en is daarom onmiskenbaar een zogenaamd “mengwezen”.
Het dier is “opgebouwd” uit een vogellichaam, een pauwestaart, bokkepoten, paardehoofd met tussen de oren een kroontje en een paar vervaarlijke slagtanden.
Het geheel heeft een monsterachtig uiterlijk en de veronderstelling, dat de schilder met deze schildering, de duivel heeft willen uitbeelden, is gerechtvaardigd.
De duivel immers wordt in het algemeen als boze geest en als vijand gezien.

 

 

Narrenfiguur in het zwik boven de preekstoel.

Een narrenfiguur is niet vreemd in de kerk.
Hij is de verpersoonlijking van de zonde, want de zonde wordt vaak als dwaasheid voorgesteld.
De betekenis is ook te zoeken in een gevoel, dat men tegenover het heilige ook het wereldse wilde zetten.
Na deze uiteenzetting van de fresco’s in vlak A, gaande van de oostelijke koormuur naar de triomfboog, keren we op onze schreden terug en “tasten” we vlak A nogmaals af, nu evenwel gaande in de richting van de oostelijke koormuur.

 


Fragment van engelenfiguur.
Fresco mini 041

met fragment van deze engelenfiguur geeft vermoedelijk nog aan, wat de schilder heeft willen zeggen.

Op het door de engel gedragen schild zijn zichtbaar twee zogenaamde pauweogen zoals die op de veren van een pauw voorkomen.
Deze “onderscheiding” geeft aan, dat deze engel tot de cherubijnen, de hoogste klasse, behoort.
De cherubijnen zijn in Oud Testamentische betekenis troonwachters voor God en bewakers van de Heilige plaatsen.

 

 

Vliegende duif.

De uitgebeelde vogel heeft het vliegbeeld van een duif.
Indien de veronderstelling juist is, dat de schilder een duif heeft uitgebeeld, dan heeft hij zeer waarschijnlijk daarmede de Heilige Geest willen symboliseren.
De duif is tevens een van de attributen der nederigheid, verder is zij het symbool van de eenvoud en van de menselijke ziel, ook is zij het zinnebeeld van de zachtmoedigheid.

 

 

 


Symbool Lucas. Gevleugelde rund of os.

Lucas evangelist en schrijver van de Handelingen der Apostelen was arts van beroep (Colossenzen 4, vers 14) en volgens een in de 6e eeuw opgekomen legende, ook schilder.
Hij was een trouw medewerker van Paulus, die hij op zijn reizen vergezelde.Na Paulus’ dood zou hij in Achaje en Bethanie gewerkt hebben.
Hij stierf 84 jaren oud in Bocotie.
Onder in de schildering staat in het latijn:”Sanctus Lucas”, hetgeen “Heilige Lucas” betekent.

 

 


Engel met wapenschild.

In het wapenschild van deze engelenfiguur zijn uitgebeeld de lijdens werktuigen des Heren, de geselkolom, de gesel en de roede, de “Arma Christi” genoemd.
De adelaar is zijn symbool; hier met nimbus. Hier heeft de schilder een duidelijke herkenning gegeven, die door de eeuwen heen, bewaard is gebleven.
Zoals de kruisvaarder in zijn wapenschild een teken aanbracht, dat zijn moedige daden in herinnering moest houden, zo ook in het wapenschild van de Verlosser.
Het wapenschild is versierd met trofee쮠van zijn overwinning op dood en zonde.br> Middels de geselkolom, de gesel en de roede, wordt het lijden van Christus
Deze engelenfiguur behoort tot het koor der krachten (een van de negen engelenkoren).

 


Kievit, zwaluwen haas of konijn.

De kievit en de zwaluw tegen het kerkgewelf en de haas of het konijn tegen de triomfboog, zullen vermoedelijk niet in zinnebeeldige betekenis geschilderd zijn.
Vermoedelijk zijn deze schilderingen het resultaat van de vrije fantasie van de kunstenaar.

 

 

 

 


Pauselijke figuur.

De schilder heeft hier duidelijk een paus uitgebeeld.
Dat met deze met een mijter getooide priester, een paus wordt bedoeld, is vrijwel zeker, gezien de aanwezigheid van een kruisstaf met drie dwarsbalken, daar een lager priester wordt uitgebeeld met een kruisstaf met twee dwarsbalken, terwijl pastoors meestal worden uitgebeeld met een kruisstaf met een dwarsbalk.
Welke paus evenwel is uitgebeeld, geeft de schildering niet aan

 

 


Boek.

Van de schildering die hier heeft gestaan, is nog slechts een boek over.
Het fragment suggereert, dat het boek wordt gedragen of wordt overgereikt.
Vermoedelijk is dit het restant van wat eens de uitbeelding was van een apostel, een evangelist of een kerkvader, want alleen zij droegen als symbool een schriftrol of boek.

 

 

 


Symbool Mattheus, de mens of engel.

Mattheus was apostel en evangelist.
Voor zijn roeping was hij tollenaar (belasting ambtenaar) aan het meer van Genesareth.
Later zou hij in Ethiopie het evangelie verkondigd hebben.
Hij werd voor het altaar met het zwaard gedood.
Onder in de schildering is duidelijk de naam “Mattheus” in.Oud Hollandse zetting te lezen.

 

 


Gestileerde bloemen en bladertakken.

Langs het gehele gewelf van de kerk komen takken van bladeren voor in een lijnenspel van ongekende schoonheid.
In enkele zwikken van het gewelf zien we bloemen die sterk doen denken aan lelieachtigen.
Misschien heeft de schilder alleen de bedoeling gehad om met deze fraaie bloemen de zwikken van het gewelf te “vullen” zoals hij de bladertakken gebruikte om de gewelfvlakken te “vullen”, maar met hetzelfde recht mag worden verondersteld, dat hij de bloemen schilderde als het beeld der maagdelijkheid, onschuld en reinheid, waarvoor de lelie als symbool staat.